20-01-2010 | Leegstandswet
Leegstandswet, overbrugging te koop staande woning
Bij tijdelijke (ver)huur op grond van de Leegstandwet zijn de huurbeschermingsbepalingen uit het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing. Daarvoor is een vergunning nodig van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woonruimte ligt. De vergunning geldt voor maximaal twee jaar. Op verzoek van de eigenaar van de woning kan de vergunning worden verlengd telkens met maximaal één jaar, maar de totale lengte van de vergunning is nooit meer dan vijf jaar.
De huurovereenkomst moet voor ten minste zes maanden worden aangegaan en er geldt een opzegtermijn van minimaal één maand voor de huurder en minimaal drie maanden voor de verhuurder.
De huurprijs kan niet hoger zijn dan de prijs die in de vergunning van B & W is vermeld. De maximale huurprijs wordt vastgesteld aan de hand van het woningwaarderingstelsel (puntensysteem).
Tijdelijk verhuren onder het regime van de Leegstandswet maakt het mogelijk eventuele risico's aanmerkelijk te verkleinen. De huurovereenkomst stopt automatisch als de vergunning is verlopen. Zo bouwt u de zekerheid in dat uw huis na afloop van de overeengekomen termijn weer vrijkomt. Heeft uw bank bezwaren tegen verhuur van uw te koop staande woning dan komt dit aan die bezwaren tegemoet. U moet wel enige bureaucratische rompslomp voor lief nemen.
Vergunningen worden aangevraagd met behulp van het Model aanvraagformulier tijdelijke verhuur op grond van de Leegstandswet. Voor meer informatie wende u zich tot uw gemeente.
Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend.
Terug naar overzicht
|